Billie Jo Spears
Billie Jo Spears is geboren als Billie Jean Spears op 14 januari 1937.
Ze is bekend om haar Bluesie stemgeluid, en is vooral door haar
wereldhit “Blanket on the ground” uit 1975.
Ofschoon Billie Jo haar grootste hits in de jaren 70 had, was ze al veel eerder bezig met
muziek maken, en het maken van opnames. Ook is de algemene mening dat ze meer
country was, dan tijdgenoten van haar die veelal meer een popkant van de country
bezongen, de z.g. countrypolitan. Voorbeelden van voorvechters van deze
stroming zijn o.m. Crystal Gayle, Lynn Anderson, Kenny Rogers, Ronnie Milsap, en
Mac Davis. Billie Jo Spears trok zich van deze stroming niets aan, en probeerde
met een meer authentiek countrygeluid Nashville te veroveren.
Ze is in
1937 geboren in Beaumont, Texas. In 1950 – op 13jarige leeftijd – maakte zij
haar debuut als professioneel zangeres tijdens een concert in Houston, Texas.
Als teenager maakte ze haar eerste plaat "Too Old For Toys, Too Young For Boys".
Het nummer is uitgebracht door het kleine label Abbot. Deze single bracht ze uit
onder de artiestennaam "Billie Jean Moore". Ook trad ze op in het bekende
radioprogramma Louisiana Hayride. Nadat ze afgestudeerd was in 1964 vertrok ze
van Texas naar Nashville om daar te proberen een platencontract te krijgen. Ze
tekende bij United Artists Records waar ze ging samenwerken met producer Kelso
Herston. De eerste singles waren geen succes, en nadat haar producer UA verliet
om bij Capitol Records te gaan werken besloot ook Billie Jo haar contract niet
te verlengen en naar Capitol over te stappen. In 1968 tekende ze daar een
contract.
Het eerste
succes diende zich aan in 1969.
Dat jaar
mocht ze haar eerste gouden plaat in ontvangst nemen voor haar single "Mr.
Walker It's All Over" dat een grote countryhit werd en de top 5 wist te
bereiken, het nummer bereikte ook de poplijsten, maar bleef daar op nummer 80
steken. Het nummer was nogal controversieel, want het ging over een secretaresse
die er genoeg van had dat ze op haar werk gediscrimineerd werd, en die er wat
over zei.
In 1970 had
ze nog een top 20 hit "Marty Gray", maar geen van de opvolgende platen waren
countryhits, en het succes met Capitol begon te verminderen. Toch nam ze voor
Capitol nog een aantal cover-hits op van bekende countrynummers als "Ode to
Billie Joe" (origineel een hit van Bobbie Gentry) en"Harper Valley PTA" (van
Jeannie C. Riley). Ook nam ze nog het nieuwe nummer "Get Behind Me Satan and
Push" op. Volgens het boek Country Music: The Rough Guide, leek haar stem in die
opnames erg veel op die van Loretta Lynn.
Na een
aantal kleine hitjes, moest ze in 1972 een operatie aan haar stembanden
ondergaan. Kort nadien besloot ze dat ze bij een andere maatschappij meer kans
op succes zou hebben, en in 1975 verliet ze Capitol en tekende ze bij United
Artists Records, een maatschappij waar meerdere country-acts – zoals Kenny
Rogers – onder contract stonden.
In 1975
bracht ze daar "Blanket on the Ground" uit, en hiermee begon – met name in
Amerika en Engeland – haar carriere. Het nummer werd nummer 1 in Amerika,
bereikte de top 5 in Engeland, en werd een grotere of kleinere hit in veel
andere landen.
Video: Blanket on the ground :
Hetzelfde
jaar bracht ze onder dezelfde naam een album uit, en ook dat werd goed verkocht.
Als opvolger van de single werd "What I've Got In Mind" uitgebracht, en ook dit
nummer bereikte de country top-10. In Engeland werd het wederom een top 5 hit.
Hierna volgden top 10 hits als "Misty Blue" (eerder in de jaren 60 een nummer 1
hit voor Wilma Burgess), "'57 Chevrolet," "Love Ain't Gonna Wait For Us," "If
You Want Me," en anderen. In 1981 bracht ze de Tammy Wynette cover "Your Good
Girl's Gonna Go Bad" uit en dat betekende haar laatste hit in de country top 20.
Wel werd het album `Greatest Hits´ een succes.
In het
midden van de jaren 80 was het success in Amerika echt voorbij. Wel werden haar
singles en albums nog goed verkocht in Engeland, waar ze zeer populair bleef.
Speciaal voor de Engelse markt bracht ze nog een aantal albums en singles uit,
maar in Amerika bleef de vraag stagneren.
Dat ze
populair was in Engeland, blijkt wel uit het feit dat het blad Country Music
People in de jaren 90 haar de "The Queen Mother of country music" noemde. Ook in
Amerika bleef ze proberen hits te scoren, maar - nogmaals - zonder succes. En
aan het eind van de jaren 80 besloot ze hiermee te stoppen.
In 1993
onderging ze een drievoudige bypass-operatie, en vestigde ze zich in Vidor,
Texas, waarvandaan ze af en toe nog op toernee ging.
In 2005
bracht ze haar laatste album I'm So Lonesome I Could Cry uit.
Na een lange strijd tegen de kanker overlijdt zij op 14 december 2011
laatste wijziging januari 2012