Buck Owens

Buck Owens Alvis Edgar "Buck" Owens, Jr., is geboren op 12 augustus 1929 in Sherman, Texas als zoon van Alvis Edgar Owens Sr en Maicie Azel Ellington.

Het verhaal gaat dat op de boerderij waar ze woonden een ezel was die Buck genoemd werd. Toen Alvis een jaar of 3 was, kwam hij het huis binnen met de mededeling dat hij in het vervolg Buck genoemd wilde worden. Zijn ouders vonden het prima, en vanaf dat moment was het Buck Owens

In 1937 verhuisde het hele gezin naar Mesa, Arizona, nadat hun trailer in de buurt van Phoenix kapot was gegaan.

Op zijn 13e stopte hij met school, en ging op het land werken. In die periode leerde hij zich zelf gitaar spelen, omdat hij wist dat hij iets in de muziek wilde gaan doen.

In 1945 begon hij een radioprogramma te presenteren getiteld Buck and Britt. Daarna werd hij vrachtwagenchauffeur, en op een van zijn reizen kwam hij langs Bakersfield. Deze plaats beviel hem zo goed dat hij in 1950 besloot met zijn vrouw erheen te verhuizen.

In the clubs van Bakersfield begon hij naam te maken met zijn eigen specifieke geluid, dat werd veroorzaakt door zijn manier bespelen van de Fender Telecaster gitaar. Hij werd al vrijwel vanaf het begin bijgestaan door Don Rich (zijn echte naam is Donald Eugene Ulrich), die uiteindelijk tot aan zijn dood in 1974 de rechterhand zou blijven van Buck Owens. Buck werkte als solo-gitarist mee aan verschillende opnames, van o.m. Tommy Collins, Tennessee Ernie Ford, Sonny James, Wanda Jackson, Del Reeves, Tommy Sands, Tommy Collins, Faron Young , Gene Vincent en vele anderen.

Hij nam voor het Pep Label ook zelf een nummer op. Onder de naam Corky Jones bracht hij daar het rockabillynummer Hot Dog uit. De reden dat hij een andere naam aannam, was omdat hij van plan was een countrycarrière te hebben onder zijn eigen naam, en hij was bang dat deze opname zijn eigen naam zou schaden.
Na zijn avontuur bij Pep, tekende hij in 1957 een contract bij Capitol Records. Toen zijn eerste plaat bij Capitol flopte, ging hij naar Puyallup, Washington om daar een radioprogramma te presenteren.

In 1959 nam hij onder zijn eigen naam "Second Fiddle" op. Hij bracht dit nummer in de van Ray Price zo bekende shuffle-style . Hierna keerde hij terug naar Bakersfield om daar zijn begeleidingsband The Buckaroos te formeren.

Enkele maanden later bereikte zijn tweede opname "Under Your Spell Again" de nummer 4 positie, en de opvolger daarvan "Above and Beyond" de 3e plaats. Met dit nummer zou hij op 2 april 1960 zijn tv-debuut maken in het programma Ozark Jubilee.

In het begin van de jaren 60 was vooral de zoete countrymuziek erg populair, met namen als Eddy Arnold, Jim Reeves en Patsy Cline. Buck ging tegen deze trend in, en bracht een soort mix van honky-tonk hillbilly en mexicaanse polka´s. De stijl waarmee hij opgegroeid was.

Owens kreeg in 1960 van Billboard de titel “meest talentvolle countryzanger van het jaar`. Een jaar later - na zijn top 10 hit met Rose Maddox – mocht hij samen met Rose de award voor “Vocal team of the year” in ontvangst nemen.

In 1963 bereikte hij met zijn versie van Johnny Russell's "Act Naturally" de nummer 1 positie, waar het nummer 4 weken zou blijven staan (Enkele jaren later zouden The Beatles het nummer opnemen voor de film Help. 1988 zouden Ringo Starr en Buck Owens het nummer als duet opnemen.). De opvolger "Love's Gonna Live Here" zou 16 weken in de top van de lijsten te vinden zijn. In de jaren 60 zou hij regelmatig in de top van de hitlijsten ter te vinden zijn met grote hits als "My Heart Skips a Beat," "I Don't Care (Just As Long As You Love Me)," "I've Got a Tiger by the Tail," "Before You Go," "Waitin' in Your Welfare Line," "Think of Me," "Open Up Your Heart" en "Where Does the Good Times Go."

Het geluid zou alom bekend worden als de 'Bakersfield Sound'. Deze sound zou later ook gebruikt worden door artiesten als Merle Haggard, Dwight Yoakam, en Brad Paisley.

Het album uit 1966 Carnegie Hall Concert werd een enorm succes, en hiermee bevestigde zij dat ze meer waren dan een zoveelste countryband. Hetzelfde jaar zou R&B zanger Ray Charles twee enorme hits hebben met door Owens geschreven nummers, "Crying Time" en "Together Again".
In 1967 tourden Buck en zijn band door Japan. Het album wat hiervan is uitgebracht Buck Owens and His Buckaroos in Japan, geldt als het eerste country-album dat buiten Amerika is opgenomen.

In 1968 traden Buck Owens and the Buckaroos op in het Witte Huis voor president Johnson. Ook hiervan is een live-album uitgebracht.

In de jaren 1968 en 1969 onderging de samenstelling van de Buckaroos enkele wijzigingen, maar dat verhinderden ze niet nog twee nummer 1 hits te scoren met "Tall Dark Stranger" en "Who's Gonna Mow Your Grass."
Voor de jaren 60 ten einde waren, besloot Buck – samen met zijn manager Jack McFadden – zijn financiele toekomst veilig te stellen door een aantal radiostations over te nemen.

In het begin van de jaren 70 ging Buck (zonder de Buckaroos) samenwerken met zijn protégé Susan Raye, met wie hij een hele serie van hits had. Later zou Susan zelf ook een aantal solohits hebben die allen geproduceerd zouden worden door Buck Owens.

Buck Owens and Don Rich waren nog de enige oorspronkelijke leden van de band, en het grote success bleef in het begin van de jaren 70 uit. Pas in 1972 had Buck eindelijk weer een nummer 1 hit met "Made in Japan".

Op 17 juli 1974 overleed Don Rich – de beste vriend van Buck – als gevolg van een motorongeluk, en Buck besloot de Buckaroos te ontbinden.

Buck Owens richtte de maatschappij Buck Owens Enterprises op, en ging onder deze firmanaam vooral nieuwe artiesten produceren, maar ook oudgedienden als b.v. Merle Haggard tekenden bij zijn maatschappij.
Hij sloot een contract met Warner Bros. Records, maar noch Buck noch zijn fans waren erg te spreken over de kwaliteit van de opnames uit deze periode. Zijn inspiratie leek weg te zijn na het overlijden van Rich, en in 1980 besloot hij geen opnames meer te maken en zich toe te leggen op het produceren vanuit Bakersfield.

Dwight Yoakam was sterk beinvloed door Buck Owens, en wist hem over te halen met hem een duet op te nemen. In 1988 kwam het duet "Streets of Bakersfield" uit, en dit werd de eerste nummer 1 hit voor Buck in 16 jaar. Datzelfde jaar tekende Buck weer een contract bij Capitol, hetgeen resulteerde in twee albums en vijf singles. De singles bereikten weliswaar wel de hitlijsten, maar kwamen niet verder dan de nummer 20 positie.

In de jaren 90 werd een vloed van cd’s met oud materiaal uitgebracht. Buck Owens had alle rechten overgenomen van Capitol toen hij deze maatschappij verliet, en gaf toe aan de vraag deze opnames op cd uit te brengen.

In augustus 1999 wist Buck de nog in leven zijnde leden van de originele Buckaroos over te halen om met hem zijn 70e verjaardag te vieren met een reünieconcert. Het optreden vond plaats in Buck's Crystal Palace in Bakersfield. Alle leden waren aanwezig, en brachten alle grote hits die ze in de jaren hadden gehad ten gehore.

In 1996 werd Buck opgenomen in de Country Music Hall of Fame en the Nashville Songwriters Hall of Fame. Datzelfde jaar opende hij zijn restaurant/bar/museum Crystal Palace in Bakersfield.

In de lijst van meest invloedrijke countryartiesten die in 2003 werd gepubliceerd vinden we hem terug op de 12e plaats. CMT (Country Music Television) benoemde de Buckaroos als 2e band in de geschiedenis van de countrymuziek.
 
Buck Owens is op 25 maart 2006 in zijn slaap gestorven aan een hartaanval, slechts enkele uren na zijn concert in zijn eigen Crystal Palace-restaurant in Bakersfield. Zijn vrouw Bonnie stierf slechts 1 maand later.
 
The Buckaroos waren de begeleidingsband van Buck Owens, maar wisten als begeleidingsband 2 Grammy Awards in de wacht te slepen als beste instrumentale band.
De originele band bestond uit Don Rich, Doyle Holly, Tom Brumley and Willie Cantu. Daarna maakten ook Jerry Wiggins, Doyle Singer, JD Maness, Wayne "Moose" Stone, Jay McDonald, Ken Presley, en in het allereerste begin ook Merle Haggard deel uit van deze formatie. Jana Jae werd het eerste vrouwelijke lid van de formative, nadat zij door Buck Owens tijdens een concert was gevraagd mee te spelen op "Orange Blossom Special".

De naam van de groep is bedacht door Merle Haggard in 1962.

Als band namen zij 8 albums op in de periode 1967-1970, waarmee ze een aantal Grammy en CMA-awards wonnen. In de periode 1965-1972 werden zij 8 maal genomineerd als beste band, de award zelf wonnen zij 4 maal achtereen van 1965 tot 1968. In de jaren 1967 en 1968 wonnen zij ook nog de CMA award als Instrumental Group of the year.

laatste wijziging januari 2010