Alan Jackson
Dickey Lee – geboren in Memphis als Dickey Lipscomb in 1941 - is een singer/songwriter
met successen in zowel de country als de pophitlijsten. Zijn carrière omvat vele
decennia, maar zijn grootste successen had hij toch wel in de jaren 60.Op school blonk hij uit in sport, hij speelde American Football en bokste. Tijdens zijn schooltijd begon ook de liefde voor de muziek en trad hij toe tot The Collegiates. Na zijn schooltijd begon hij als countryzanger, maar ging ook Rock and Roll zingen. In deze periode verhuisde hij naar Santa Barbara, California waar hij radioprogramma’s ging opnemen voor hij weer terugging naar Memphis.
Hij ging zelf platen opnemen in de later legendarische SUN-studio’s in 1957. Daarnaast werkte hij voor SUN-records als producent, samen met Allen Reynolds en Jack Clement. Hij ging terug naar school en haalde een graad in commerciële kunst.
Lee verhuisde naar Beaumont Texas, en in die periode werd een nummer dat hij had geschreven – She thinks I still Care – een nummer 1 hit voor George Jones. Dit was Lee’s eerste grote succes als songwriter. In 1962 kwam een ander nummer uit dat hij zelf had ingezongen, namelijk “Patches”. Dit nummer – geschreven door Barry Mann en Larry Kobler – werd een z.g. millionseller. In deze periode waren nummers die het leed van de tieners behandelden zeer populair en Lee kon daarvan met dit nummer profiteren. De opvolgers van Patches lieten niet lang op zich wachten. Hetzelfde jaar bracht hij het meer Rock en Roll getinte “I saw Linda yesterday” uit, en in 1965 het nogal cryptische “Laurie (strange things happen)”. Dit waren zijn enige top 40 hits.
Zijn hart ging echter steeds meer uit naar de Countrymuziek, en in 1970 verhuisde hij naar Nashville. Hij tekende een contract bij RCA. Zijn tweede single voor dit label was “Never ending song of love”. Dit nummer (in Nederland vooral bekend van de New Seekers en Delaney Bonnie and friends) bereikte de top 10 en was de eerste in een hele rij country hits voor Dickey Lee in de jaren 70. In deze serie ook onder andere het nummer “9.999.999 Tears”, dat in Nederland een hit zou opleveren voor Albert West. Het meest succesvolle nummer van Lee werd ongetwijfeld “Rocky”, een nummer 1 countryhit dat later in vele talen zou verschijnen.
Eind jaren 70 tekende hij een contract bij Mercury, en maakte daar een aantal goede maar niet succesvolle albums. Hij ging zich meer toeleggen op het schrijven van songs voor anderen. Een aantal van de nummer 1 hits die hij schreef zijn “The door is always open" van Dave and Sugar, Let’s fall to pieces together" van George Strait, "I've Been Around Enough To Know” door John Schneider, "You're The First Time I've Thought about Leaving” door Reba McEntire, "I'll Be Leaving Alone" van Charley Pride”, "In A Different Light” van Doug Stone en "The Keeper of The Stars” van Tracy Byrd.
Daarnaast schreef hij nog honderden songs voor artiesten als Glen Campbell, Tammy Wynette, Brenda Lee, Kenny Rogers, Merle Haggard, James Taylor, Kathy Mattea, Don Williams, Waylon Jennings, Jerry Lee Lewis, Randy Travis, The Cox Family, Marty Robbins en vele, vele anderen.
Maar voor de fans zal zijn naam voor altijd verbonden blijven aan “Patches” :
laatste wijziging januari 2010