Glenn Campbell

Glenn Campbell Glen Campbell is geboren in Delight, Arkansas, op 22 april 1936 en is een Amerikaans countryzanger en gitarist, die wij in Nederland vooral kennen van Rhinestone Cowboy.

In 1967 schreef hij popgeschiedenis door in twee verschillende categorieën een Grammy-award te winnen. Hij won zowel de prijs voor beste country-single (met het nummer Gentle on my mind) als de prijs voor beste popsingle (By the time I get to Phoenix).

Glenn Cambell is een van de twaalf kinderen, en begon al vroeg met gitaar spelen. Toen hij 18 jaar was, ging hij met de Western Wranglers op toernee door het zuiden van de VS. In 1958 vertrok hij naar Los Angeles om daar sessiemuzikant te worden. Dit leidde tot zijn eerste kennismaking met het grote succes toen hij in 1959 meewerkte met de gelegenheidsformatie The Champs en zij een nummer 1 hit hadden met "Teguila".

In de jaren 60 was Glenn een veelgevraagd sessiemuzikant, en maakte deel uit van de bekende groep The Wrecking Crew, die in zijn geheel uit studiomuzikanten bestond. Andere leden van deze formatie waren o.a. drummer Hal Blaine, pianist Leon Russel en basgitarist Carol Kave. Ze speelden in die tijd op zeer veel opnames mee, onder andere bij opnames voor Phil Spector. Zo is Glenn Cambell te horen op albums van ondermeer Bobby Darin, Ricky Nelson, The Monkees (o.a. in I'm a believer), Elvis Presley, Frank Sinatra (Strangers in the night), Dean Martin, The Righteous Brothers (You've lost that lovin' feelin' ) en The Mamas & The Papas.

In 1964 verving hij in the Beach Boys Brian Wilson tijdens hun tournee, en werkte hij in dezelfde hoedanigheid mee aan het Beach Boys album “Pet Sounds”. Op dit album speelt hij alleen gitaar, tijdens de tournee zong hij ook. Daarnaast is hij de niet met name genoemde leadzanger in de opname "My World Fell Down" van de formatie Sagittarius wat een kleine hit was in 1967.

Als solo-artiest wilde het in de jaren zestig niet echt vlotten. Hij had wat kleine successen met "Turn Around, Look at Me." "Too Late to Worry; Too Blue to Cry" en "Kentucky Means Paradise", maar bij het grote publiek wilde het nog niet lukken.

De geruchten gaan dat Capitol Records (waar hij sinds 1962 onder contract stond) op het punt stond zijn contract te ontbinden, toen hij in 1967 “Gentle on my mind” uitbracht. Het enorme succes van deze single bewees dat Cambell op het punt stond door te breken bij het grote publiek, hetgeen bevestigd werd door het nog grotere successen van de opvolgers “By the time I get to Phoenix” in 1967 en in 1968 “I wanna Live”en “Wichita Lineman”. Glenn Cambell mocht voor “Gentle” en “Phoenix” een Grammy award in ontvangst nemen. Het laatste nummer werd trouwens – net als "Wichita Lineman", "Where's The Playground Susie?" en “Galveston”- geschreven door Jimmy Webb. In 1974 kwam er een album uit met alleen maar composities van Webb getiteld “Reunion: The songs of Jimmy Webb”.

In 1968 moest hij een keer een tv-programma maken omdat een andere serie - The Smothers Brothers Comedy Hour – uitviel. Dit beviel zo goed dat er werd nagedacht voor een programma, en vanaf januari 1969 presenteerde hij wekelijks zijn The Glen Campbell Goodtime Hour. Dit programma zou doorgaan tot Juni 1972. Door zijn sessie-werk was hij bekend in de artiestenwereld, en kostte het hem niet veel moeite om grote namen in zijn show te krijgen. Hieronder waren onder meer: David Gates and Bread, The Monkees, Neil Diamond, Linda Ronstadt, Johnny Cash, Merle Haggard, Willie Nelson, Waylon Jennings en Roger Miller, Tevens hielp hij aankomende artiesten als Anne Murray, Mel Tillis and Jerry Reed door hun in zijn programma te laten verschijnen.

Nadat zijn programma gestopt was, keerde hij terug in een groot aantal andere programma’s. Zo was hij ondermeer te zien in de tv-film Strange Homecoming (met Robert Culp), presenteerde hij samen met Olivia Newton-John de tv-special Down home, down under en was hij gedurende 3 jaar medepresentator van de American Music Awards. Ook was hij vaak op andere zenders te zien, onder andere in  Donny & Marie, The Tonight Show with Johnny Carson, Cher, The Redd Foxx Comedy Hour, Merv Griffin, The Midnight Special with Wolfman Jack, DINAH!, Evening at Pops met Arthur Fiedler en The Mike Douglas Show.

In 1982 en 1983 presenteerde hij een muziekprogramma voor NBC.

In het midden van de jaren 70 had hij in Amerika nog een groot aantal hits met onder andere "Rhinestone Cowboy", "Southern Nights" (beiden een nr. 1 hit in Amerika), "Sunflower" en "Country Boy (You Got Your Feet in L.A.). "Rhinestone Cowboy" zou zijn best verkochte plaat worden, met een totale oplage van meer dan 2 miljoen verkochte exemplaren. “Rhinestone Cowboy” zou daarna ook veelvuldig gebruikt worden in films en tv-shows. Ook was dit nummer de inspiratiebron voor de film Rhinestone met Dolly Parton en Sylvester Stallone. In 2002 bracht Glenn Campbell samen met het duo Rikki & Daz ook nog een technoversie uit van dit nummer.

“Southern Nights" geschreven door Allen Toussaint, was een cross-over nummer 1 hit, zowel in de country- als in de poplijsten kwam het nummer op nummer 1. Hij werd op dit nummer geattendeerd door Jimmy Webb, en Jerry Reed speelde op deze opname gitaar. Dit nummer werd de meest gedraaide jukebox-plaat in 1977. Na deze successen ging zijn carrier minder goed. In 1981 verliet hij Capitol Records, omdat deze maatschappij het door Jimmy Webb geschreven nummer “Highwayman” niet op single wilde uitbrengen. Hetzelfde nummer zou in 1985 een nummer 1 hit worden voor de gelegenheidsformatie The Highwaymen, bestaande uit Willie Nelson, Kris Kristofferson, Waylon Jennings en Johnny Cash.
Hoewel hij na 1978 nooit meer de poplijsten zou betreden, bleef hij wel nummers uitbrengen die de country top 10 haalden, zoals "Faithless Love", "A Lady Like You", "Still Within The Sound of My Voice" en "The Hand That Rocks The Cradle" (een duet met Steve Wariner).
Toen Campbell steeds meer moeite kreeg om de hitlijsten te betreden, kwam hij in de problemen (en de tabloids) door zijn drugsgebruik, en affaire met country-zangers Tanya Tucker. In 1989 was hij weer vrij van de drugs, en had hij weer een top 10 hit met het zeer populaire "She's Gone, Gone, Gone".

In de jaren 90 deed Cambell het wat rustiger aan, alhoewel hij af en toe wel platen bleef maken. In totaal bereikten 40 albums van zijn hand de top 40. In 1994 verscheen zijn biografie Rhinestone Cowboy,.
Vanaf 1999 verscheen Cambell weer in veel muziek programma’s zoals VH-1's Behind the Music, A&E Network's Biography in 2001, en in veel CMT programma’s. In 2003 werd hij 29e in de lijst van 40 Greatest Men of Country Music.
Hij heeft ook de credits gekregen voor de doorbraak van Alan Jackson. Glenn ontmoette Alan’s vrouw in het vliegtuig, waar zij werkte als stewardes. Ze raakten aan de praat, en Alan moest maar contact opnemen met Glenn. Kort hierna begon Alan bij Glenn’s muziekuitgeverij te werken. Ook later verschenen veel van zijn hits nog via de maatschappij van Glenn.
In 2005 is Glenn Cambell geintroduceerd in de Country Music Hall of Fame.
In mei en juni 2007 trad hij samen met Andy Williams op in het Moon Moon River Theater in Branson, Missouri.
In april kwam het bericht naar buiten dat Glenn Cambell een contract had getekend voor Capitol records, en dat daar een nieuwe cd uitgebracht zou gaan worden. In juli 2008 verscheen de eerste single van het album ( “Good Riddance”), en in augustus 2008 het album Meet Glenn Campbell.
laatste wijziging januari 2010