Hank Locklin
Hank Locklin is als
Lawrence Hankins Locklin geboren op 15 februari 1915 in het plaatsje McLellan in
het district Florida Panhandle (Alabama). Hij was de jongste van 4 kinderen, en
ging op de lagere school naar een school die bestond uit slechts 1 lokaal. Al op
jonge leeftijd bleek hij over muzikale talenten te beschikken. Door een ongeluk
op 8 jarige leeftijd was hij geruime tijd aan het revalideren, en in die periode
begon hij met de muziek.
Hoewel hij al een tijdje
geïnteresseerd was in het gitaarspelen, begon hij er pas mee in zijn
tienerjaren. Ook op de middelbare school – die hij overigens nooit zou afmaken –
speelde hij gitaar, en op zijn 18e won hij de eerste prijs in een talentenjacht.
Hij ging radiocommercials
opnemen, en raakte steeds meer geintresseerd in de entertainment. In het begin
van de jaren 40 speelde hij vooral voor de radio en kleine gezelschappen in de
omgeving van Florida.
Door het eerder genoemde
ongeval, en het feit dat hij daardoor nog steeds last van zijn been had, hoefde
hij niet in militaire dienst, en dus kon hij ook gedurende de oorlogen waar
Amerika bij betrokken was zijn aandacht geven aan zijn carriere en het schrijven
van nummers. Zijn stijl werd sterk beïnvloed door grote namen uit die tijd zoals
Ernest Tubb. Aan het einde van de 2e wereldoorlog trad hij toe tot het
dansorkest van Jimmy Swan als gitarist. Ook Hank Williams maakte destijds nog
deel uit van dit orkest. Hij zou tot 1946 deel uit blijven maken van dit orkest.
Daarna maakte hij korte
tijd deel uit van de Four Leaf Clover Boys, en toen vond hij het tijd een eigen
band te formeren. In 1947 begon hij met de Rocky Mountain Boys. De groep
wisselde regelmatig van samenstelling, maar de uiteindelijk bestond de band uit
Hank Locklin op gitaar en zang, Clint Holmes op gitaar, "Tiny" Smith op bas,
Felton Pruett op steel-gitaar en Douglas "Dobber" Johnson op viool. Ze werden
vaak gevraagd voor radio-optredens, en werden gesponsord door amateur
tekstschrijver Elmer Laird.
Laird begon een platenlabel rond Hank Locklin en zijn nummers, maar overleed aan
een gevolgen van een steekpartij op de avond van de eerste opnamesessie van Hank
Locklin.
Ze gingen door, namen
nummers op voor Gold Star en later Royalty, maar zonder al te veel succes, en
uiteindelijk werd de band ontbonden. Holmes en Pruett zouden kort daarna gaan
samenwerken met Hank Williams. Locklin verhuisde naar Houston en tekende een
contract met Four Star, waar hij zijn eerste regionale successen kreeg met
nummers als "The Same Sweet Girl" en "Send Me the Pillow That You Dream On". In
deze dagen klonk Locklin nog steeds als een commercieel dansorkest, en had hij
nog niet het zoetsappige, romantische geluid dat hij later in zijn RCA-opnames
in Nashville wel zou hebben.
In 1953 kreeg hij
eindelijk zijn eerste landelijke success met de country hit "Let Me Be the One".
Het was echter geen voorbode van een rij van grote successen, en Locklin kreeg
problemen met zijn maatschappij. Decca wilde hem een contract aanbieden, maar
Four Star verbood hem om nummers te zingen die in de periode bij Four Star waren
geschreven. Dit geschil zou pas in 1955 opgelost worden.
Zijn carrier kwam in een
stroomversnelling toen hij in 1955 tekende bij RCA Victor. Het geluk van Locklin
was dat RCA Victor de producer Chet Atkins opdracht gaf om Locklin te begeleiden
en te produceren, waarbij Chet zelf vaak gitaar speelde, en de pianopartijen
werden gespeeld door een andere grootheid Floyd Cramer.
Het zeer ver doorgevoerde
simplisme – gecombineerd met een andere manier van zingen - in zijn nummers
brachten hem het grote success. "Send Me the Pillow That You Dream
On" (geschreven door Locklin), "Geisha Girl," en "Please Help Me I'm Falling",
maar de echte fans dwepen vooral met nummers als "Who Am I to Cast the First
Stone," "A Good Woman's Love," "Seven or Eleven," "I'm Tired of Bummin' Around,"
"Golden Wristwatch," "Sitting Alone at a Table for Two", en vele anderen.
Deze nummers zijn vooral herkenbaar door
zijn kristalheldere stem, de eenvoud van de nummers zelf en de emotionele
teksten. Ditzelfde concept vinden we ook b.v. in veel nummers van Kitty Wells.
Veel nummers uit deze
periode zijn niet in die tijd uitgebracht, maar vinden we later terug op
verzamelalbums van Camden, een sublabel van RCA Victor waar low-budget lp’s op
worden uitgebracht. Uiteindelijk zou Hank tot in de jaren 70 verbonden blijven
met RCA.
Hank Locklin begon ook te
pionieren met het uitbrengen van zogenaamde conceptalbums. Voorbeelden hiervan
zijn de albums Foreign Love en Irish Songs, Country Style.
Video: Live at the Opry, Danny
Ook nam hij een
tribute-album op ter nagedachtenis aan Roy Acuff, King of Country Music.
In de loop der jaren
verliest zijn stem aan kracht, maar niet aan helderheid.
In 1968 komt Locklin
onverwachts weer in de to 10 met het album "The Country Hall of Fame", later in
de jaren 70 brengt hij - onder dezelfde titel - een tweede album uit, eveneens
met veel succes. In de jaren 70 is hij veelvuldig in europa te vinden,
waarbij hij met name Engeland en Ierland aandoet. Ook maakt hij met Chet Atkins
een toernee door Japan.
Nadat hij RCA verlaten
heeft, probeert hij het bij verschillende namen, maar succes blijft uit. Vanaf
dat moment woont hij in Brewton, Ala..
Wel neemt hij in 2001 nog een
album op met Opry-collega's als Dolly Parton en Vince Gill.
Hij zou nooit stoppen met
opnemen, in totaal brengt hij meer dan 65 albums uit, echter tot zijn verdriet
blijft hij altijd verbonden met zijn enige twee hele grote hits “Send me the
pillow” en “Please help me I’m falling”.
Op 8 maart 2009 overlijd
Hank Locklin – als oudste levende lid van de Grand Old Opry – op 91 jarige
leeftijd ten gevolge van ouderdom.
Zijn eigen website:
www.hanklocklin.com
laatste wijziging januari 2010