Kenny Chesney

Kenneth Arnold Chesney is geboren op 26 maart 1968, en heeft is zijn nog jonge carriere al 13 albums uitgebracht waarvan er 11 minimaal goud geworden zijn.
Daarnaast heeft hij al 30 opnames gemaakt die in de top-10 hebben gestaan, waarvan 17 op de eerste plaats. Tot nu toe mocht hij al zes Academy of Country Music (ACM) awards in ontvangst nemen en ook zes Country Music Association (CMA) awards.

Chesney is geboren in Knoxville, Tennessee in het St. Mary's Hospital op 26 maart 1968. Zijn moeder Karen was en is kapster in Knoxville, zijn vader David is een gepensioneerd leraar. Hij heeft één jonger zusje Jennifer.

Hij is opgegroeid in Luttrell, Tennessee en ging daar naar de Gibbs High School, waar hij receiver was in het American Football Team. In 1986 slaagde hij voor zijn diploma. In 1989 kreeg hij voor kerst een gitaar, waarop hij zichzelf leerde spelen. Hij had dit al eerder geprobeerd toen hij 5 jaar oud was, maar was er mee gestopt omdat hij pijn in zijn vingers kreeg bij het spelen.

Kenny Chesney ging studeren aan de East Tennessee State University in Johnson City, Tennessee. Hij ging spelen in kleine clubs in de buurt, en in 1989 nam hij zijn eerste album op bij de Classic Recording Studio in Bristol, Virginia. Er werden duizend exemplaren van geperst die hij tijdens optredens verkocht. Van de opbrengst hiervan kon hij weer een nieuwe gitaar kopen.

In 1990 studeerde hij af en vertrok hij naar Nashville waar hij in lokale aangelegenheden ging optreden.

In 1992 tekende hij een contract bij de BMI and Opryland Music Group. Chesney's eerste echte album In My Wildest Dreams kwam uit op het kleine Capricorn Records label in 1994. De singles "The Tin Man" en "Whatever It Takes" bereikten beide wel de hitlijsten, maar bleven steken in de onderste regionen. Van het album werden ongeveer 10.000 exemplaren verkocht voor Capricorn Records besloot zijn country-divisie op te heffen.

Nadat Capricorn gesloten was tekende Kenny een contract bij BNA Records. Hier bracht hij in 1995 het album All I Need to Know uit. Op dit album vinden wij ook zijn eerste top 10 hits, de titelsong en "Fall in Love". Ook op dit album staat "The Tin Man" , maar dat werd toen nog niet uitgebracht als single.

In 1996 volgde het album "Me and You", en hier staan twee nummers op die 2e plaats wisten te bereiken, "Me and You" en When I Close My Eyes" (eerder een hitje voor Larry Stewart uit 1993). Me and You was tevens het eerste album dat de gouden status bereikte. Ook staat op dit album de Mac McAnally cover "Back Where I Come From" dat nooit op single si uitgebracht, maar wel een daverend succes is tijdens zijn concerten.

I Will Stand zijn derde album is uitgebracht in 1997. "She's Got It All", dat werd uitgebracht voorafgaand aan het album werd zijn eerste nummer 1 hit, net als "That's Why I'm Here". In 1998 nam Kenny Chesney een tribute-single "Touchdown Tennessee" op waarvan de opbrengsten bestemd waren voor verschillende goede doelen in Tennessee.

In 1999 verschijnt er weer een nieuw album, "Everywhere We Go" zijn vierde album voor BNA, en ook op dit album staan weer een aantal nummer 1 hits: "How Forever Feels" en "You Had Me from Hello", ook staan er nog twee kleinere hits op die later zeer veel gedraaid zouden worden "She Thinks My Tractor's Sexy" en "What I Need to Do". "Everywhere We Go" is het eerste album waarvoor Kenny Chesney een platina-plaat in ontvangst mocht nemen.

In 2000 belsuit Kenny Chesney een Greatest Hits album uit te brengen. Hier staan ook drie nummers op die hij opnieuw opneemt en die nooit eerder als single zijn verschenen: "Fall in Love", "The Tin Man" en "Back Where I Come From". De nieuwe versie van "The Tin Man" verschijnt op single, net als twee nieuwe tracks op het album "I Lost It" en "Don't Happen Twice".

Het album No Shoes, No Shirt, No Problems komt uit in 2002. De voorafgaande single "Young" komt niet verder dan de 2e plaats, de opvolger "The Good Stuff" blijft zeven weken op de eerste plaats, en krijgt de titel "Billboard's Number One country song of the year for 2002".
Een jaar later brengt hij het kerstalbum " All I Want for Christmas Is a Real Good Tan" uit.

In 2004 komt hij met het album When the Sun Goes Down. Het openingsnummer dat kort voor het album wordt uitgebracht "There Goes My Life" blijft zeven weken op de eerste plaats van de hitlijsten. Ook de opvolger - de titelsong, een duet met Uncle Kracker - komt ook op de eerste plaats terecht. Met "When the Sun Goes Down" wint hij de award voor Album of the Year.

In januari 2005 komt het album " Be as You Are (Songs from an Old Blue Chair)" waarna om het album te promoten zijn "Somewhere in the Sun Tour" van start gaat. In november van hetzelfde jaar brengt Kenny het album "The Road and the Radio", waar maar liefst drie nummer 1 hits op staan "Living in Fast Forward", "Summertime", en "Beer in Mexico", dit naast de top 5 hits "Who You'd Be Today" en "You Save Me".

In februari 2006 mag Kenny Chesney een onderscheiding in ontvangst nemen voor het feit dat hij tot dan 25 miljoen albums verkocht heeft. Op 23 mei van datzelfde jaar wordt hij door de Academy of Country Music onderscheiden met de award voor Entertainer of the Year. Ook in 2007 mag hij deze onderscheiding in ontvangst nemen, terwijl hij in dat jaar voor de 3e maal in vier jaar door de CMA onderscheiden wordt met dezelfde award.

Op 11 september 2007 brengt Kenny Chesney het album Just Who I Am: Poets & Pirates uit. Dit album betekent een ommezwaai in zijn muziek. Van de pure countrymuziek, gaat hij naar een mix van country en gulf and western geluid, waarbij meer gebruik gemaakt wordt van het geluid van de eilanden.
De eerste single "Never Wanted Nothing More" is zijn 12e nummer 1 hit, de opvolger "Don't Blink" kwam binnen op nummer 16, waarmee hij het record breekt als hoogst binnenkomer. Een week later raakt hij dit record alweer kwijt toen Gart Brooks met zijn "More Than a Memory" binnenkwam op de eerste plaats. De derde single "Shiftwork" - een duet met George Strait - bereikt de tweede plaats, maar "Better as a Memory" wordt zijn 14e nummer 1 hit.

Kenny Chesney start zijn "The Poets and Pirates Tour" op 26 april 2008 . Met deze tour treed hij alleen in grote stadions op, maar bij de premiere blijft hij met zijn laars klem zitten in een hydraulische lift. De blessure was ernstig, maar niet dusdanig dat hij optredens wilde of moest afzeggen.

Op 19 mei 2008 zorgt hij voor opschudding tijdens de uitreiking van de ACM Entertainer of the Year, welke hij weer in ontvangst mag nemen. Hij levert hierbij kritiek op de organisatie die dit jaar voor het eerst de fans laat bepalen wie de titel krijgt. Volgens Kenny "The entertainer of the year trophy is supposed to represent heart and passion and an amazing amount of sacrifice, commitment and focus", he said. "That's the way Garth won it four times, that's the way I won it, that's the way Strait won it, Reba, Alabama all those years. That's what it's supposed to represent".

Op 24 juli 2008 maakt Kenny Chesney bekend dat er een nieuwe single zal verschijnen, kort daarop gevolgd door een nieuw album "Lucky Old Sun". De single zal "Everybody Wants to Go to Heaven" gaan heten, en hij gaat hierop werken met de oude groep van Bob Marley, The Wailers. De single komt uit in augustus 2008, en na binnen te zijn gekomen op de 22e plaats bereikt het nummer vrij snel de eerste plaats. Het album komt uit in oktober 2008.

Op 2 december 2008 maakt hij bekend dat hij voor de vijfde opeenvolgende keer zal gaan optreden in Gillette Stadium in 2009. De nieuwe tournee zal de naam "Sun City Carnival Tour" krijgen.

De nummer 1 hit "Out Last Night" is de voorloper van het album Greatest Hits II album dat op 19 mei 2009 uitkomt. De tweede single is het duet met Dave Matthews "I'm Alive". Eind mei 2010 wordt het album opnieuw uitgebracht, en zal ook nieuwe nummer "Ain't Back Yet" aan dit album worden toegevoegd.

De eigen website:

laatste wijziging mei 2010