Lynn Anderson
Lynn Anderson is geboren als Lynn Rene Anderson op 26 September, 1947.
Op 6 jarige leeftijd begon ze te zingen tijdens paardenshows, waarbij ze veel
succes had. In het midden van de jaren 60 werkte ze als secretaresse bij het
country radiostation KROY in Sacramento, California. Dit was in dezelfde tijd
dat Merle Haggard een hit had met het door
haar moeder Liz geschreven "All My Friends (Are Gonna Be Strangers)". Toen ze met haar moeder in Nashville was
omdat die een contract ging tekenen bij RCA, deed Lynn voor de grap mee met een
informele sing-a-long met onder andere Merle Haggard and Freddie Hart. Een van
de aanwezigen - Slim Williamson – was eigenaar van het kleine label Chart
Records. Williamson, en hij bood haar een contract aan.
In 1966 bracht Lynn haar debuutsingle "For Better or for Worse" uit, een duet
met Jerry Lane dat de hitlijsten niet zou bereiken. Haar derde single "Ride,
Ride, Ride" bereikte wel de top 40. Haar eerste grote hit had ze het jaar erop
toen het album Ride, Ride Ride uitkwam. Hierop stond haar hit "If I Kiss You
(Will You Go Away)" die de top 5 bereikte. Ook de opvolger hieran "Promises,
Promises" van het album met dezelfde naam bereikte de top 5. Op dit album vinden
we ook de opvolger "No Another Time".
In 1967 werd ze vaste medewerkster bij de televisieshow The Lawrence Welk Show,
en werd ze daar de leading countryzangeres. Ook tourde ze met dezelfde show. Dit
hielp haar om een breeder publiek te bereiken met haar nummers, en dat zorgde er
weer voor dat haar nummers ook op de pophitlijsten te vinden waren. Omdat haar
populairiteit toenam, was ze gedwongen het vaste dienstverband in te ruilen
tegen incidentele gastoptredens.
In 1968 trouwde Lynn met schrijver en producer
Glenn Sutton. Glenn zou enige tijd haar nummers schrijven en proiduceren.Het
huwelijk zou 9 jaar duren. In 1969 bracht zijj haar grootste hit op het Chart
label uit, namelijk "That's a No No". Dit nummer zou de 2e plaats bereiken. In
1969 verliet zij het Chart label en tekende zij een contract bij Columbia
Records in 1970. Chart Records zou nog tot 1971 oude nummers van haar uitbrengen
inclusief 5 top 20 hits "He'd Still Love Me”, "I've Been Everywhere" "Rocky Top"
"It Wasn't God Who Made Honky Tonk Angels" en "I'm Alright".
Nadat Lynn bij Columbia getekend had bracht zij het door Joe South geschreven
"(I Never Promised You A) Rose Garden" uit, dat een enorme cross-over hit werd
aan het eind van 1970 en begin 1971. Oorspronkelijk zou het nummer niet worden
opgenomen, maar Lynn vond het zo leuk dat zij haar man wist te overtuigen het
nummer toch op te nemen. Toen Columbia-topman Clive Davis het nummer hoorde,
besliste hij dat het nummer ook als single uitgebracht moest worden. In de
countrylijsten bereikte Rosegarden de 1e plaats, in de poplijsten de 3e.
Het album, Rose Garden kwam uit in
1971 en berikte de status Goud. Jaren later in 1986 bereikte het album zelfs de
status Platina omdat er toen 1 miljoen exemplaren waren verkocht. Lynn won dat
jaar de Academy of Country Music's "Top Female Vocalist" award en de Country
Music Association's "Female Vocalist of the Year" award in zowel 1970 als 1971.
Hierbovenop kwam nog het winnen van een Grammy als Best Female Country Vocal
Performance voor het nummer Rosegarden in 1971.
In de poplijsten vinden we de naam Lynn Anderson daarna niet meer terug. In de
countrylijsten des te meer. Zo had zij in 1971 twee nummer 1 hits met "You're My
Man" en "How Can I Unlove You". In 1972 had Lynn Anderson drie Top 5 hits met "Cry",
"Listen to a Country Song" en "Fool Me". De laatste twee opnamen vinden we op
het Listen to a Country Song album. Kort hierna had zij haar 4e nummer 1 hit met
"Keep Me in Mind" afkomstig van het album met dezelfde naam. In 1973 bracht zij
nog een tweede album uit, namelijk Top of the World. Het titelnummer bereikte de
5e plaats in de countrylijsten, maar werd een nummer 1 hit in de poplijsten in
de uitvoereing van de Carpenters. In 1974 had zij haar 5e en laatste nummer 1
hit met "What a Man My Man is". Hetzelfde jaar won zij de American Music Awards'
"Favorite Female Country Artist" award.
In de tweede helft van de jaren 70 speelde Lynn Anderson vaak gastrollen in
grote tv-series, zoals in Starsky & Hutch waar ze de zangeres Sue Ann Granger
speelt en het nummer Wrap Your Love All Around Your Man zingt.
In deze periode raakt haar zangcarriere een beetje in het slop. Ze blijft wel
singles en albums uitbrengen, enkelen bereiken ook nog wel de top 20 maar grote
hits blijven uit.
Na 3 jaar stilte rondom haar persoon, tekent Lynn in 1983 een contract bij
Permian Records, en heeft ze were een top 10 hit met "You're Welcome to Tonight"
een duet met Gary Morris. Bij Permian neemt ze ook weer haar eerste album sinds
1980 op, namelijk Back. De tweede single hiervan "What I've Learned from Loving
You" bereikt de Top 20. "You're Welcome to Tonight" was de derde single. In 1984
verlaat zij Permian.
In 1984 neemt ze een single zonder succes op voor MCA Records en in 1986 tekent
zij een contract bij Mercury Records. Hier brengt zij het album What She Does
Best uit en 5 singles, allen zonder veel succes. In 1989 brengt zij de laatste
single uit die de lijsten zou bereiken namelijk "How Many Hearts" dat op de 69e
plaats blijft steken.
In 1992 brengt zij het studio-album Cowboy's Sweetheart uit, waar Emmylou Harris
en Marty Stuart hun medewerking aan verlenen. In dezelfde tijd wordt er door de
American Rose Society een roos genoemd naar haar "The Lynn Anderson". De rest
van het decennia brengt ze geen platen meer uit, maar besteed haar tijd
voornamelijk aan touren en werken voor goede doelen. In 1999 wordt ze opgenomen
in de North American Country Music Association's International Hall of Fame.
In
2000 beslist de gouverneur van Tennessee, Don Sundquist dat 15 juni in het
vervolg "Lynn Anderson Day" zal zijn. Lynn Anderson produceerd een TNN special,
"American Country Cowboys" waarvan de opbrengsten bestemd zijn voor
gehandicapten.
In 2002 vinden we Lynn Anderson terug op de 29e plaats in de
CMT's television special over de 40 Greatest Women of Country Music.
In 2000 brengt zij in navolging van andere country-artiesten als Merle Haggard
en Tany Tucker een live album uit Live at Billy Bob's Texas. In 2004 brengt ze
weer een studio-album uit The Bluegrass Sessions hierop vinden we haar oude hits
in een bluegrass-arrangement. Dit album werd genomineerd voor een Grammy award
als Best Bluegrass Album in 2005.
In 2005 zingt ze samen met Martina McBride in
de Grand Ole Opry het duet "(I Never Promised You A) Rose Garden".
In 2006 neemt zij bij de maatschappij van haar moeder Liz Showboat Records het
album Cowgirl op, waarvan alle nummers door Liz geschreven zijn.
Als dank voor het feit dat zij zich al 20 jaar inzet voor kankerbestrijding en –
onderzoek ontvangt Lynn Anderson in 2008 de 2008 Careity Legend Award!
Haar eigen website:
laatste wijziging maart 2010