Marty Robbins
Er is
waarschijnlijk geen country-artiest te bedenken die zoveel verschillende soorten
countrymuziek heeft gezongen als Marty Robbins.
In zijn meer dan 30 jaar durende carriere heeft Marty Robbins succesvol
opgetreden met zijn wisselende stijlen. Daarbij moet gezegd worden dat hij
zelden of nooit de trends van dat moment volgde, maar gewoon deed waar hij zin
in had. Voor hem was het nummer bepalend, en niet de stroming van de country
waar het toe behoorde. Hierdoor i het voor de critici uiteindelijk onmogelijk
geworden om Marty Robbins in een z.g. stromingshokje te plaatsen.
Hij is geboren als Martin David Robertson op 26 september 1925 in Glendale,
Arizona waar hij ook is opgegroeid.
Al op jonge leeftijd kwam hij in aanraking met de muziek. Zijn opa – van moeders
kant – maakte als "Texas" Bob Heckle deel uit van een grot gezelschap dat al verhalen vertellend en zingend
de staten doortrok. Als hij op bezoek was vertelde hij zijn kleinzoon allerlei
verhalen over het Wilde Westen en de optredens die ze gedaan hadden. Marty
raakte hierdoor zeer gefasineerd over het leven van de cowboys, en al als tiener
– terwijl hij op de ranch van zijn oudere broer werkte – was hij meer
geïnteresseerd in het cowboy leven dan in zijn studie. Dit is ook de reden dat
hij nooit zijn school heeft afgemaakt.
In
1943 ging hij bij de marine om te vechten in de 2e wereldoorlog, en in die
periode leerde hij zichzelf gitaarspelen, en ontwikkelde hij een voorkeur voor
Hawaiian muziek.
In
1947 verliet hij de marine en keerde terug naar Glendale, waar hij begon op te
treden in de kleinere clubs en tijdens radioprogramma´s. Vaak trad hij op onder
de naam Jack Robinson, om zo te ontkomen aan de opmerkingen van zijn moeder die
het totaal niet een was met het feit dat hij een loopbaan als zanger ging
opstarten. Na een jaar of drie maakte hij naam in heel Arizona, en kreeg hij
zijn eigen televisieshow - Western Caravan - in Phoenix. In die periode
veranderde hij zijn artiestennaam in Marty Robbins.
In 1951 kreeg hij de kans om een contract te tekenen bij Colombia. Dit kwam
vooral door toedoen van Little Jimmy Dickens, die al vanaf dat Marty begon met
zijn tv-show een groot fan van hem was.
Begin 1952 kwam zijn eerste single uit
"Love Me
or Leave Me Alone" . Het nummer flopte, net als de opvolger "Crying 'Cause I
Love You", maar de opvolger daarvan - "I'll Go On Alone" – bereikte in januari
1953 de eerste plaats. Hierna tekende hij een contract met Acuff-Rose, en trad
toe tot de Grand Ole Opry. In het voorjaar van 1953 had hij nog een top 10 hit
met "I Couldn't Keep From Crying", maar de opvolgers uit 1954 "Pretty Words" en
"Call Me Up (And I'll Come Calling on You)" bereikten de hitlijsten niet. Daarna
probeert hij het in 1955 met twee countryversies van Rock n Roll hits "That's
All Right" en "Maybellene", en daarmee keerde hij weer terug in de top 10 van de
countrylijsten, maar pas na zijn "Singing the Blues" - nummer 1 in 1956 – werd
Marty Robbins gezien als ster.
Zijn uitvoering stond 13 weken op de eerste
plaats van de countrylijsten, maar in de poplijsten werd hij voorbij gestreefd
door de coververie van Guy Mitchell, die kort na het verschijnen van het
origineel uit was gekomen.
Hierna
probeerde Guy Mitchell het nog een keer door direct nadat Marty Robbins´
origineel van "Knee Deep in the Blues" uitkwam dit te coveren, maar dit keer
mislukte het en had alleen Marty Robbins er een hit mee.
Marty
Robbins had genoeg van deze competitie, en besloot voor zijn ballades in zee te
gaan met arrangeur-componist-dirigent
Ray Conniff,
in de hoop dat hij dan zelf ook kans zou maken op posities in de poplijsten. Het
bleek een gouden greep, want in een tijd dat Rock n Roll de hitlijsten
domineerde werd de eerste single van het duo
"A White
Sport Coat (And a Pink Carnation)," een enorme hit. Het nummer stond 5 weken op
de eerste plaats van de countrylijsten, en bereikte in de poplijsten de tweede
plaats.
Na het
success van "A White Sport Coat (And a Pink Carnation)" was Robbins regelmatig
in de poplijsten te vinden, Dit zou duren tot aan het midden van de jaren 60. De
compositie van
Burt Bacharach
en
Hal David
"The Story of My Life" bracht Rbbins in 1957 terug op de nummer 1 positie van de
countrylijsten., terwijl hij met nummers als "Just Married," "Stairway of Love,"
en "She Was Only Seventeen (He Was One Year More)" ook de jongeren bleef
aanspreken. Als opvolgers van zijn pop en countrysuccessen, bracht hij wat meer
Rockabilly en Hawaiiaans getinte nummers uit, ook daarmee weer een nieuw publiek
aansprekend.
In die periode begon hij ook een aantal winkels, en zelfs een eigen
platenlabel, en speelde hij in filmas als Westerns Raiders of Old California
(1957) en Badge of Marshal Brennan (1958). In de laatste film speelde hij een
mexicaan, genaamd Felipe. Niet alleen lieten de films zien naar welk genre zijn
voorkeur uitging, ook waren ze een voorbode van de muzikale wending die zou gaan
volgen. In de loop van 1958 and 1959 nam hij een aantal cowboy en western songs
op, en de eerste hiervan - "The Hanging Tree" het thema van de gelijknamige film
– werd een hit in het voorjaar van 1959. Achteraf bekeken werd hiermee de trend
gezet voor het nummer dat zijn lijflied en allergrootste hit zou worden "El
Paso." Het nummer kwam in de zomer van 1959 uit, en bereikte in heel korte tijd
van de eerste paats. Het nummer zou 6 maanden in de countrylijsten staan, en
werd ook een grote hit in de poplijsten. Ook het album waar dit nummer op staat
- Gunfighter Ballads and Trail Songs – was een enorm success, en na enige tijd
kreeg hij hiervoor een platinaplaat.
Met "El
Paso" begon een zeer succesvolle periode voor Marty Robbins, met enorme hits als
"Big Iron" uit 1960 en "Don't Worry" uit hetzelfde jaar. Het laatste nummer stond
maar liefst 10 weken op de eerste plaats in de countrylijsten. Het jaar erop
kwam hij met "Devil Woman" welk bijna net zo succesvol was. Dit nummer werd op
de eerste plaats afgelost door de opvolger "Ruby Ann".
In 1964
werd er een film gemaakt gebaseerd op nummers van Marty Robbins. Hij zelf speelt
ook mee in de film Ballad of a Gunfighter.
Het succes van Marty Robbins was opeens voorbij. In 1965 nam hij
Gordon Lightfoot 's
"Ribbon of Darkness" op, waarmee hij nog nummer 1 werd, daarna flopten alle
nummers die hij opnam.
Hij ging
meespelen in de tv-serie The Drifter, gebaseerd op een personage dat hij had
gebruikt in een van zijn nummers.
Ook speelde hij mee in de films Country Music Caravan, The Nashville Story,
Tennessee Jamboree en het stock-car drama Hell on Wheels.
Ofschoon
"The Shoe Goes on the Other Foot Tonight" nog een kleine hit werd in 1966,
moest hij wachten tot 1967 voor hij weer een hitje had. "Tonight Carmen"
bereikte de 1e plaats in de countrylijsten, en opens had hij de hitmachine weer
in handen. In de twee jaar die hierop volgden was hij weer relmatig in de top 10
te vinden met nummers als "I Walk Alone" en "It's a Sin".
In 1969
werd hij getroffen door een hartaanval terwijl hij op toernee was. In 1970
onderging hij hiervoor een bypass-operatie. Begin 1970 had hij zijn laatste
cross-over hit met "My Woman My Woman My Wife" , waarmee hij nummer 1 werd in de
countrylijsten, en in de poplijsten 43e.
In 1972
ging hij weg bij Colombia Records, en tekende een 3-jarig contract bij Decca/MCA.
Ofschoon "Walking Piece of Heaven," "Love Me," en "Twentieth Century Drifter"
nog country top-10 hits waren, warden zijn singles over het algemeen minder goed
ontvangen. Ondanks dt bleef hij redelijk populair, en kreeg hij filmrollen
aangeboden in “A Man and a Train” en “Guns of a Stranger”.
In maart
1974 was Marty Robbins de laatste die optrad in het Ryman Auditorium, de
oorspronkelijke locatie waarvandaan de Grand Ole Opry werd uitgezonden. Een week
later opende hij de nieuwe locatie van de Opry het Grand Ole Opry House.
Tot in de
jaren 70 mocht hij regelmatig opdraven om prijzen en onderscheidingen in
ontvangst te nemen. Zo werd hij in 1975 opgenomen in de Nashville Songwriters
International Hall of Fame. Hetzelfde jaar keerde hij terug naar Columbia
Records, waar hij in de jaren 1976 en 1977 hits had met nieuwe opnames van "El
Paso City" en "Among My Souvenirs" welke beiden de eerste plaats bereikten.
Hierna was
het succes weer afgelopen, en werd het stil rondom Marty Robbins.
In oktober
1982 werd hij opgenomen in de Country Music Hall of Fame. Twee maanden later
werd hij opgenomen in het ziekenhuis na opnieuw een hartaanval, Ondanks een
spoedoperatie stierf hij op 8 december 1982.
De
nalatenschap van Marty Robbins is enorm te noemen, met maar liefst 94 country
top 10 hits
laatste wijziging januari 2010