Pam Tillis
Pamela Yvonne (Pam) Tillisis geboren op 24 juli 1941 in Plant City, Florida, en is dochter van de country-legende Mel Tillis.
Pam is opgegroeid in Nashville, waarbij ze werd omringd door countrymuziek. Als dochter van Mel mocht zij op 8 jarige leeftijd haa debuut maken in de Grand Ole Opry waar ze "Tom Dooley" vertolkte.
Op 16-jarige leeftijd veroorzaakte ze een auto-ongeluk waar zij zelf zwaar gewond bij raakte en jarenlang operaties moest ondergaan. Ze nam het leven en haar opleidingen niet al te serieus, behalve als het om muziek ging. Na alle operaties ging ze eerst naar de University of Tennesseeen later naar de Belmont University in Nashville, Tennessee. Daar vormde ze haar eerste band. Eind jaren 70 verliet ze voortijdig de school om zich volledig op de muziek en een muzikale carriere te storten.
Pam Tillis ging naar San Francisco, waar ze toetrad tot de jazz-rock band Freelight. In Freelight zat ondermeer de latere gitaarlegende John Cipollina.
Na enige jaren keerde ze terug naar Nashville, waar ze demo's ging inzingen.
Bij Warner Bros kreeg ze de kans haar eerste album Above and Beyond the Doll of Cuteyop te nemen. Dit album kwam uit in 1983. Echter, zowel het album als de vijf singles die hier van uit kwamen brachten niet het gewenste succes, en Pam verliet WB en werd stafmedewerkster bij de muziekuitgeverij Tree Publishing in Nashville. Haar nummers werden opgenomen door artiesten als Chaka Khan, Martina McBride, Gloria Gaynor, Conway Twitty, Holly Dunn, Juice Newton, Sweethearts of the Rodeo, Dan Seals, and Highway 101.
In 1989 tekent Pam Tillis een contract bij Arista Nashville, waar zij haar grootste successen zou behalen. In 1991 kwam het album "Put Yourself in My Place " uit, en de eerste single hiervan "Don't Tell Me What to Do" bereikte al snel de country-top 5, waarbij ze eindelijk de door haar zo gewenste doorbraak kende. Ook nog twee andere singles van het album "One of Those Things" en "Maybe It Was Memphis" bereikten de top 10. Het album bereikte ook de top 10 en de status goud.
In 1992 verscheen de opvolger "Homeward Looking Angel" dat net zo succesvol was. Op dit album vinden we onderandere de top 5 hits "Shake the Sugar Tree" en "Let That Pony Run", alsmede de top-20 hits "Do You Know Where Your Man Is" en "Cleopatra, Queen of Denial" . Uiteindelijk zou het album haar een platina-plaat opleveren.
Gedurende haar periode bij Arista zou zij zes albums opnemen, waarvan er twee goud werden en twee platina.
In deze periode trouwde zij met haar co-schrijver Bob DiPiero, met wie zij veel van haar singles heeft geschreven. Een hun composities "We've Tried Eveything Else" (terug te vinden op het "Homeward" album) werd in 1994 een hit voor de Canadese countryzangeres Michelle Wright.
In 1993 won ze haar eerste award, toen zij de Vocal Event of the Year kreeg samen met George Jones and Friends voor "I Don't Need Your Rockin' Chair."
In 1994 kwam haar meest succesvolle album bij Arista uit "Sweetheart's Dance" . Tot op heden is dit album haar meest verkochte album. De eerste single "Spilled Perfume" bereikte de top 5. De tweede single - een cover van Jackie DeShannon's "When You Walk in the Room" - bereikte zelfse de 2e plaats. Maar de derde single "Mi Vida Loca (My Crazy Life)" werd in februari 1995 haar eerste - en tot nu toe enige - nummer 1 hit.
Eind 1995 brengt zij haar volgende (gouden) album uit “All of this love”. Hierop vinden we haar volgende top-10 hits "Deep Down" en "The River and the Highway". Tevens is dit het eerste album dat zij zelf produceert. In 1997 wordt dit album gevolgd door haar eerste “Greatest hits” album, waarop ook twee nieuwe tracks staan die als single verschijnen "All the Good Ones Are Gone" en "The Land of the Living" die beide weer de top-5 halen. Volgens Pam betekent dit album een keerpunt in haar carriere. De opname "All the Good Ones Are Gone" is genomineerd voor verschillende awards, waaronder twee Grammynominaties.
In 1998 verschijnt er weer een nieuw album Every Time. Op dit album staan meerdere verwijzingen naar haar toen recente scheiding met Bob DiPiero. De singles van dit album hebben nauwelijks succes.
In 2000 treed Pam toe als lid van de Grand Ole Opry. Pam treed ook op tijdens de special show ter ere van het 75-jarig bestaan van de Opry welke wordt uitgezonden op CBS. Tijdens deze show zingt zij een tribute aan Minnie Pearl "Two Dollar Hat".
Een reorganisatie bij Arista vertraagt de release van haar volgende album Thunder and Rosestot 2001. In de tussentijd gaat Pam op Broadway spelen in de Leiber & Stoller tribute. De enige single van het album "Please" bereikt net aan de top-20. In deze periode verandert het geluid van de countrymuziek door het grote succes van nieuwkomers Faith Hill en Shania Twain. De carriere van Pam loopt rustig af, en kort na het verschijnen van Thunder en Roses besluit zij Arista teverlaten.
In 2002 tekent zij bij een sublabel van Epic, Lucky Dog en brengt daar het album It's All Relative: Tillis Sings Tillis, uit, een album met nummers geschreven door haar vader, gezongen op haar eigen wijze.
Daarna is het enige jaren stil rondom Pam Tillis, tot in 2007 RhineStoned verschijnt bij Stellar Cat Records, een label dat zij zelf begonnen is.
Kort hierop verschijnt het kerstalbum Just in Time for Christmas (13 november 2007).Er verschijnen 2 singles, maar deze bereiken niet de hitlijsten
.
In total heeft Pam Tillis 13 top-10 hits gehad, en in 1994 mocht zij de onderscheiding "Female Vocalist of the Year" van de CMA in ontvangst nemen.In 1999 ontving zij een Grammy Award for Best Country Collaboration with Vocals.
Wounded Bird bracht in 2009 haar debuutalbum uit1983 opnieuw uit.
In 2010 zal Pam eenkookboek en een nieuw album op de marktbrengen. Op het nieuwe album zullen haar oude hits in een nieuw jasje komen.
De officiele website
laatste wijziging maart 2010