Rodney Crowell

Rodney Crowell Rodney Crowell is geboren op 7 augustus 1950, in Houston Tx als zoon van James Walter Crowell and Addie Cauzette Willoughby. Muzikaal gezien wordt hij meestal ingedeeld bij de alternative country. Als groot voorbeeld heeft hij Steve Earl, en net als Steve is hij beïnvloedt door mensen als Guy Clark en Townes van Zant die ook zelf al hun nummers schreven. Hij speelt voornamelijk gitaar, en heeft ondermeer drie jaar gezongen in de Hot Band van Emmylou Harris.

Terwijl hij op highschool zat begon hij zijn eerste band, en in 1972 verhuisde hij naar Nashville om daar als muzikant aan de slag te gaan. In Nashville begon de vriendschap met de al eerder genoemde Townes Van Zandt en Guy Clark. Hij begon als loungezanger, en daar begon zijn grote success toen Jerry Reed hem ontdekte. Deze bood hem een schrijverscontract aan , en nam en passant ook nog het door Rodney geschreven "You Can't Keep Me Here in Tennessee" op.

In 1975 verhuisde Rodney naar Los Angeles om daar als guitarist toe te treden tot de begeleidingsband van Emmylou Harris, the Hot Band. Hij begon als gitarist, maar al snel besloot Emmylou een aantal van zijn nummers op te nemen, zoals "Till I Gain Control Again," "Ain't Livin' Long Like This," "Leaving Louisiana in the Broad Daylight," en "Bluebird Wine." In 1977 verliet hij de band om zijn eigen band te vormen The Cerry Bombs.

In 1978 brachten ze hun eerste album uit “ Ain't Living Long Like This”. Vreemd genoeg – hij had al een behoorlijke reputatie als schrijver en componist – waren zijn eerste twee hitjes covers, namelijk "Elvira" en "(Now and Then, There's) A Fool Such as I".

Ook in 1978 begon hij met het produceren van het debuutalbum van Rosanna Cash. Het grote succes begon zich aan te dienen toen de Nitty Gritty Dirt Band (met Linda Ronstadt) internationaal succes hadden met ‘An American dream’. In Amerika was nummer een bescheiden hit.
Hij trouwde in 1979 met Rosanne Cash (dochter van Johnny Cash), en dit is van grote invloed geweest op haar carriere, vooral omdat hij in deze periode al haar albums produceerde. Samen hebben ze een aantal duetten opgenomen, waaronder het succes uit 1988 "It's Such a Small World."
Zijn eerste hoogtepunt als schrijver bereikte hij in 1980, toen hij voor de Oak Ridge Boys het nummer 1 succes "Leavin' Louisiana in the Broad Daylight" schreef. Daarna volgden grote successen als "Till I Gain Control Again" (een nummer 1 hit voor Crystal Gayle in 1983), "Shame on the Moon" (de top 5 hit van Bob Seger in 1982’, "Long Hard Road (The Sharecropper's Dream)" (nummer 1 voor de Nitty Gritty Dirt Band in 1984’ en “Somewhere Tonight" (nummer 1 in 1987 voor Highway 101).

In 1980 bracht hij zijn eerste hit uit "Ashes by Now", ook de opvolger hiervan "Stars on the Water," was populair bij zowel het country als pop publiek. Vreemd genoeg flopte zijn 3e album, en werd het vierde album door de maatschappij niet eens uitgebracht.
Hij stopte met optreden en legde zich meer toe op het schrijven. Zo schreef hij voor een groot deel het meetserwerk van Rosanna Cash uit 1987 "King’s Record Shop". Pas daarna pakte hij ook zijn eigen carriere als zanger weer op.
Ofschoon Rodney vooral bekend staat als schrijver en alternative country artiest, bereikte hij ook het grote publiek met een groot aantal hits. Zo bevat zijn album uit 1988 Diamonds & Dirt, maar liefst 5 nummer 1 hits: "It's Such a Small World" (met Rosanne Cash), "I Couldn't Leave You If I Tried," "She's Crazy for Leaving," "After All This Time" en "Above and Beyond". Ook op de opvolger van dit album uit 1989 "Keys to the Highway" staan weer een aantal hits namelijk "Many a Long and Lonesome Highway" en "If Looks Could Kill".

In 1991 gingen Rodney en Rosanne uit elkaar, en verwoorden hun scheiding in de muziek, hetgeen beide artiesten enkele succesvolle albums opleverde. Op zijn album uit 1992 "Life is Messy" wordt Rodney bijgestaan door ondermeer Steve Winwood en Linda Ronstadt. Daarna stapte hij over naar MCA Records, waar hij "Let the Picture Paint Itself" in 1994 en "Jewel of the South" in 1995 uitbracht.
Na de scheiding zijn ze blijven samenwerken, en ook treden ze nog af en toe samen op.

Rodney hertrouwde een andere zangeres in 1998, namelijk Claudia Church, die hij in 1992 had leren kennen toen zij figureerde in zijn videoclip “Loving all night”. In 1999 schreef en produceerde hij Claudia’s debuutalbum waarop ook haar singlesucces "'What's the Matter with You Baby" staat.

Toen de verkopen weer terugliepen, ging hij zich weer toeleggen op het schrijven en produceren. Wel bracht hij – vooral op kleinere labels – nog wat albums uit.

In 2001 bijvoorbeeld bracht hij bij Sugar Hill Records het album "The Houston Kid" uit. Op dit album vinden we ook het duet met zijn ex-schoonvader Johnny Cash "I Walk the Line (Revisited)". In eerste instantie was Johnny Cash het niet eens met de wijze waarop Rodney de basis van het nummer had veranderd, maar uiteindelijk was ook Johnny Cash uitermate tevreden met het resultaat.

Hierna tekende hij weer een contract bij Columbia Nashville – onderdeel van Sony Music – en daar bracht hij in 2003 het album "Fate's Right Hand" en in 2005 "The Outsider" uit. Volgens critici zijn deze albums het beste dat hij ooit heeft gemaakt als solo-artiest.

Tussendoor organiseerde hij in 2004 een reunie met zijn oude band The Notorious Cherry Bombs. Met deze band had in in de jaren 70 opgetreden. In 2004 nam de band het album met de gelijknamige title op. In deze band zaten onder andere Vince Gill en Tony Brown. Op dit album vinden we ook het latere succes voor Keith Urban “Making memories of us”.

In 2008 maakte CMT bekend dat zijn nieuwe album "Sex and Gasoline", zou uitkomen bij Yep Roc Records, waarmee duidelijk werd dat zijn relatie met Sony was afgelopen. Ook was dit de eerste cd die hij niet zelf heeft geproduceerd. Wel ontving hij voor dit album een Grammy nominatie in de categorie Best Contemporary Folk/Americana Album.

Zijn eigen website

laatste wijziging maart 2010