Roger Miller

Roger Dean Miller is geboren op 2 januari 1936 in geboren in Fort Worth, Texas, als derde zoon van Jean and Laudene (Holt) Miller.
Jean Miller overleed toen Roger één jaar oud was aan hersenvliesontsteking. Omdat zijn vader tijdens de grote depressie zijn kinderen niet kon onderhouden bracht hij ze onder bij haar broers.

Roger groeide op op een boerderij in de buurt van Erick, Oklahoma bij Elmer, Rex, Max, and Armelia Miller.

Als kind werkte Roger op de boerderij waarbij hij ondermeer meehielp bij het plukken van katoen. Zelf zou hij deze tijd omschrijven als opgroeien in enorme armoede. Hij ging wel naar een school, welke slechts uit één klaslokaal bestond. Hij was erg introvert en droomde van het schrijven en zingen van zijn eigen nummers. Een van zijn eerste composities was "There's a picture on the wall. It's the dearest of them all, Mother."

Tijdens zijn middelbare schooltijd werd hij lid van de National FFA Organization, terwijl hij vooral luisterde naar programma’s uit de Grand Ole Opry en naar Light Crust Doughboys op een lokaal station in Fort Worth. Vaak deed hij dit samen met de man van zijn nicht Sheb Wooley. Wooley leerde Roger gitaar spleen, en kocht later een viool voor hem. Hank Williams en Bob Wills waren de personen waardoor Roger beinvloed werd, en het succes van deze zangers deden hem doen besluiten zijn brood te gaan verdienen als singer-songwriter.

Hij verliet de boerderij en ging optreden in Oklahoma en Texas. Toen hij 17 was ging hij in militaire dienst. Tegen het eind van zijn diensttijd – hij was gestationeerd in Atlanta – ging hij spleen in de militaire band "Circle A Wranglers" die was opgericht door Faron Young. Later ontmoette hij een sergeant die hem aanraadde na zijn diensttijd naar Nashville te gaan.

In Nashville ontmoette hij Chet Atkins die hem vroeg auditie te doen. Roger was zo nerveus dat hij twee toonhoogtes door elkaar speelde, en mocht de volgende dag terugkomen als hij minder nerveus zou zijn.
Roger bleef in Nashville waar hij als piccolo ging werken in het Andrew Jackson Hotel. Als snel stond hij bekend als ‘de zingende piccolo’. Ook ging hij als violist meespelen in de band van Minnie Pearl.

Zo leerde hij George Jones kennen, die hem voorstelde aan de direteuren van Starday Records. Na een auditie mocht hij opnames maken in Houston samen met George Jones. Jones and Miller werkten samen en schreven "Tall, Tall Trees" en "Happy Child." Na zijn huwelijk en geboorte van zijn kind, besloot Roger even te stoppen met de muziek, en het gezin verhuisde naar Amarillo, TX waar hij ging werken als brandweerman. Maar ook terwijl hij overdag voor de brandweer werkte, bleef hij proberen ‘s avonds op te treden.

Roger Miller ontmoette Ray Price, en hij kreeg een baan aangeboden in de begeleidingsband van Ray Price, de Cherokee Cowboys. Hij ging terug naar Nashville waar hij "Invitation to the Blues" schreef dat werd opgenomen door Rex Allen en later door Ray Price, in welke versie het de derde plaats bereikte in de countrylijsten.

Roger Miller tekende een contract met Tree Publishing voor een salaries van $50 per week. Hij schreef onder andere "Half a Mind" voor Ernest Tubb, "That's the Way I Feel" voor Faron Young; en zijn eerste nummer één hit "Billy Bayou" samen met "Home" opgenomen door Jim Reeves. Miller werd zo een van de grootste schrijvers in de jaren 50.

Maar hij wilde zelf ook zingen en tekende een contract met Decca Records in 1958.
Hij moest een duo vormen met Donny Little – later bekend als Johnny Paycheck – maar samen waren ze niet erg succesvol. Om wat extra inkomsten te hebben ging hij spelen bij Faron Young's band als drummer. In deze periode tekende hij een contract bij Chet Atkins en RCA Records, waar hij in 1960 "You Don't Want My Love" (ook bekend als "In the Summertime") opnam, wat zijn eerste notering zou worden in de countrylijsten. Een jaar later had hij zijn eerste top 10 hit met "When Two Worlds Collide" een nummer dat hij samen schreef met Bill Anderson.

Maar Roger Miller kreeg genoeg van het schrijven, scheidde van zijn vrouw en werd een feestbeest. Dit leverde hem de bijnaam "wild child" op. Hij werd ontslagen bij RCA en ging andere dingen doen.

Na een aantal optredens in late-nightshows besloot Roger dat hij wel als acteur aan de gang kon in Hollywood, maar dat werd een mislukking.
Hij benaderde Smash records, en vroeg een voorschot van 1.600 dollar voor 16 nummers die hij voor hun zou opnemen. Smash ging accoord en begin 1964 nam hij zijn eerst nummers op "Dang Me" en "Chug-a-Lug". Beiden kwamen als single uit, en bereikten de eerste en derde positie in de countrylijsten, maar bereikten ook de top 10 in de poplijsten.

Datzelfde jaar schreef en nam hij de nummer 15 hit "Do-Wacka-Do" op, en kort daarna zijn grootste hit "King of the Road" welk nummer in alle lijsten de eerste plaats bereikte. In mei 1965 ontving hij hiervoor zijn eerste gouden plaat. Datzelfde jaar scoorde hij hits met "Engine Engine #9", "Kansas City Star" en "England Swings". 1966 Startte hij met weer een hit "Husbands and Wives."

In september 1966 kreeg hij zijn eigen tv-show, maar na slechts 13 afleveringen werd deze in januari 1967 van de buis gehaald.

Hij ging steeds vaker nummers van anderen opnemen, en zijn laatste eigen compositie was "Walkin In the Sunshine" een top 10 hit in 1967. Later dat jaar heeft hij zijn laatste top 10 hit met Bobby Russell's "Little Green Apples." Het jaar erop was hij een van de eersten die Kris Kristofferson's "Me and Bobbie McGee" opnam.

In 1970 neemt Roger Miller het album “A Trip in the Country” op met louter eigen composities waaronder "Tall, Tall Trees" en tekent hij een contract bij Columbia Records. Daar brengt hij Dear Folks: Sorry I Haven't Written Lately in 1973 uit. Datzelfde jaar schrijft hij drie nummers voor de Disney-klassieker Robin Hood.

In 1978 neemt hij nog een album op met Willie Nelson en anderen onder de titel Old Friends. De titelsong – samen met Ray Price – wordt zijn laatste hitnotering in 1982.

1n 1990 duikt de naam Roger Miller opeens weer op als hij met Dwight Yoakam diens hit "It Only Hurts When I Cry" schrijft. Ook werkt hij mee aan Dwight’s album If There Was a Way, waar hij verantwoordelijk is voor de achtergrondzang.

Eind 1990 wordt er longkanker bij hem geconstateerd, waar hij uiteindelijk op 26 oktober 1992 aan overlijd.

laatste wijziging september 2010