Skeeter Davis

Skeeter Davis is geboren als Mary Frances Penick op 30 December 1931, en overleden op 19 September 2004. Skeeter Davis –zoals wij haar het beste kennen – was een van de eerste countryzangeressen die zeer vaak in de poplijsten terug te vinden was. Skeeter was de oudste van zeven kinderen van William and Punzie Penick. Ze is geboren in Dry Ridge,Kentucky. Omdat haar opa vond dat ze wel erg veel eergie had voor een jong kind, ging hij haar Skeeter noemen (slang voor mug).

In 1947 verhuisde het gezin naar Erlanger, Kentucky, waar Skeeter Betty Jack Davis ontmoette op Dixie eights High School. Ze werden zeer goede vrienden en besloten samen wat te gaan zingen. Ze noemden zich (ondanks dat ze geen familie waren) The Davis Sisters, en debuteerden bij het radiostation in Detroit WJR's in het programma Barnyard Frolics. RCA Records producer Steve Sholes beviel het geluid en harmonieuze zang van de Davis Sisters en bood ze in 1953 een contract aan. Ze namen veel nummers op waaronder de nummer 1 hit "I Forgot More Than You'll Ever Know" . Hiermee werden ze de eerste vrouwengroep die deze positie wisten te bereiken.

Maar het noodlot sloeg toe. Terwijl "I Forgot More Than You'll Ever Know" klom in de hitlijsten was het duo op 2 augustus 1953 betrokken bij een auto-ongeluk waarbij Betty Jack Davis overleed, en Skeeter haar armen en benen brak. De moeder van Betty stond er op dat Skeeter met Betty’s zuster Georgia ging zingen, en tot 1956 bestonden The Davis Sisters uit Skeeter en Georgia.

Skeeter Davis besloot als solozangers verder te gaan in de countrymuziek, en tekende in 1958 een contract bij RCA Records, waar ze ging samenwerken met gitarist en producer Chet Atkins. Datzelfde jaar bracht ze "Lost to a Geisha Girl" uit, dat haar eerste solohit op countrygebied werd. Het nummer bereikte de top 15. Chet Atkins werkt aan alle nummers mee als gitarist. Ook paste hij de methode van multitracking toe op haar stem, om zo het geluid van de Davis Sisters te benaderen. Deze echo vinden we vooral terug op haar oudere opnames als Lost to a Geisha Girl" en "Am I That Easy to Forget." "Lost to a Geisha Girl" overigens was het “antwoord” op de hit van Hank Locklin "Geisha Girl."

In 1959 had Skeeter Davs een top 5 countryhit met "Set Him Free", en hetzelfe jaar ook nog een top 20 hit met "Homebreaker". Ook trad ze toe tot de Grand Ole Opry , en werd ze als eerste vrouwelijke countryzangeres genomineerd voor een Grammy Award voor het eerder genoemde nummer "Set Him Free".

Skeeter Davis bleef aan de top van 1960 tot 1962 met hits als "My Last Date (With You)," "Where I Ought to Be" en "Optimistic". Haar succes uit 1960 "(I Can't Help You) I'm Falling Too" betekende haar eerste succes in de poplijsten, waar het nummer hoog in de top 40 kwam, hetgeen ongehoord was voor een countrynummer in die periode. In 1961 lukte haar dit weer met een vocale versie (waarvan zij zelf de tekst schreef) van het instrumentale Floyd Cramer country-succes "Last Date" waarbij zij de titel veranderde in "My Last Date (With You)" . Dit nummer bereikte in de poplijsten de top 30, terwijl het in de countrylijsten de 5e plaats wist te bereiken.

In 1963 scoorde zij haar grootste cross-over succes met "The End of the World". Op zowel de pop- als de countrylijsten bereikte het nummer net niet de eerste plaats. Echter in de lijst met platen met een volwassen inhoud, werd het nummer wel 1e. Al snel zou de naam van Skeeter Davis voor altijd verbonden blijven met dit nummer. Naast Skeeter was er slechts 1 vrouw die ook regelmatig cross-overhits had in die periode, en dat was Patsy Cline. Patsy overleed ten gevolge van een vliegtuigongeluk in 1963, waardoor Skeeter vanaf dat moment de meest succesvolle country cross-overartiest was.

Skeeter Davis' warme, heldere stemgeluid maakte haar ook tot een tieneridool. Op die doelgroep had ze in die tijd vooral concurrentie van popzangeres Lesley Gore.

Ze bleef cross-overhits scoren, onder andere met het door Carole King geschreven nummer "I Can't Stay Mad At You", een top 10 pop- en top 5 countryhit. Ze trad meerdere malen op in het popprogramma American Bandstand, en zou later een van de eerste countrysterren zijn die optrad in The Midnight Special.

Skeeter Davis ontving in het totaal 5 Grammy nominaties, waaronder die als Best Female Country Vocal Performance in 1964 ("He Says the Same Things to Me"), 1965 ("Sunglasses"), 1967 ("What Does It Take"), en 1972 ("One Tin Soldier"). Ze was ook een begenadigd tekstschrijver met ongeveer 70 eigen nummers waarvoor ze twee BMI awards ontving voor de nummers "Set Him Free" en"My Last Date With You". Veel van haar nummers werden opgenomen door collega-artiesten als Ann-Margret, Pat Boone, Kay Starr, en Joni James.

Ook na 1963 bleef Skeeter Davis uitermate succesvol. Hits als "I'm Saving My Love" uit 1963 3n uit 1964 Gonna Get Along Without Ya Now (een cover van het succes uit 1956 van Patience and Prudence) werden grote country en pophits.

In 1965nam Skeeter een duet op met Bobby Bare "A Dear John Letter" , dat de top 10 net niet wist te bereiken. Het nummer blijft het bekendst in de originele uitvoering van Jean Shepard en Ferlin Husky back in 1953. In die periode nam Skeeter vooral albums op, waaronder een tribute album voor Buddy Holly Skeeter Davis Sings Buddy Holly.

In 1967 had ze eindelijk weer eens een top 10 hit met "What Does It Take? (To Keep A Man Like You Satisfied)." Het album met dezelfde titel kwam kort daarna uit. Daarna stagneerde de hitmachine enigszins, met slechts kleine hits als "Fuel to the Flame" (geschreven door Dolly Parton en afkomstig van het album Skeeter Sings Dolly uit 1972) en "There's a Fool Born Every Minute". Alleen haar albums bleven redelijk succesvol.

In 1970 had ze eindelijk weer een top 10 hit met "I'm a Lover (Not a Fighter)" en opnieuw een duet met Bobby Bare "Your Husband, My Wife", en in 1971 opnieuw met het autobigrafische "Bus Fare To Kentucky". Vanaf dat moment werd het stil rondom Skeeter. Singles als "It's Hard to Be a Woman" en "Love Takes a Lot of My Time" brachten haar niet het gewenste succes. "One Tin Soldier" kreeg geen aandacht van de countrystations, maar hiermee kreeg ze wel weer een Grammynominatie als Best Female Country Vocal.

Skeeter bleef een vooraanstaand lid van de Opry. In 1973 keerde ze weer terug in de hitlijsten met haar Top 20 hit "I Can't Believe That It's All Over". In 1973 zong ze in de Opry een gospel ter ere van gelovigen die gearresteerd waren. Sommigen zagen dit als dat het podium van de Opry werd gebruikt voor politiek, en ze werd voor 15 maanden geschorst. Haar laatste nummer in de hitlijsten in de jaren 70 was het nummer uit 1976 "I Love Us".

Ook in de jaren 80 en 90 bleef ze regelmatig optreden en touren, tot er in 2001 opnieuw borstkanker bij haar werd geconstateerd. Haar laatste optreden gaf ze in 2002 in de Opry.

Tot aan haar dood is Skeeter Davis in Brentwood, Tennessee blijven wonen, een plaats waar ze in het begin van jaren 60 naartoe is verhuisd. Haar autobiografie Bus Fare to Kentucky verscheen in 1993.

In 1998 schreef ze nog het kinderboek The Christmas Note (samen met Cathie Pelletier) waarmee ze terugkeek op haar eigen jeugd.

Skeeter Davis overleed op 72-jarige leeftijd aan de gevolgen van borstkanker in een hospice in Nashville op 19 september 2004.

laatste wijziging maart 2010